



|
Volgens de regeling betreffende het grondverzet (Vlarebo, Hfst X, januari 2004) dienen alle partijen grond, die uitgegraven worden door een door OVAM geaccrediteerd labo, geanalyseerd worden op de aanwezigheid van mogelijke contaminanten (milieuhygiënisch onderzoek). Enkel kleine partijen (<250 kubieke meter), afkomstig van ‘niet verdachte’ gronden mogen zonder onderzoek vrij hergebruikt worden op een werf of een definitieve opslagplaats (DOP), mogelijk via een tussentijdse opslagplaats (TOP). Het milieuhygiënisch onderzoek wordt bij voorkeur uitgevoerd op de werf, voor ontgraving. Indien dit niet mogelijk is (tijdsgebrek, vergetelheid) dient de grond afgevoerd te worden naar een TOP, die de onderzoeksplicht en de verdere afhandeling (incl. afzet) op zich zal nemen. |
|
Op basis van het milieuhygiënisch onderzoek wordt een bepaalde kwaliteit (herbruik als bodem, herbruik in een bouwkundig werk, te reinigen) aan de grond toegekend. Bodem kan afgezet worden op een werf, een tijdelijke (TOP) of definitieve opslagplaats (DOP). Herbruik in een bouwkundig werk kan uiteraard enkel op een werf of via een TOP. Indien uit het onderzoek blijkt dat de grond te zwaar vervuild is om voor onmiddellijk hergebruik in aanmerking te komen, dient deze eerst gereinigd te worden in een centrum voor grondreiniging (CGR). |

|
Nieuwe TOP-locatie te Meerhout |